ECLI:NL:RBZWB:2025:2890
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring Woo-beroep ongegrond verklaard
Opposant had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op een Woo-verzoek over een boekenonderzoek uit 2016. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de minister binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling alsnog een besluit had genomen.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposant verzet in, stellende dat zijn rappel gelijk zou staan aan een ingebrekestelling en dat de minister niet tijdig had beslist. De rechtbank oordeelde dat het rappel niet voldeed aan de eisen van een ingebrekestelling, omdat het niet ondubbelzinnig aandrong op een beslissing.
De rechtbank bevestigde dat de brief van 6 augustus 2024 wel als ingebrekestelling kon worden aangemerkt en dat de minister daarna binnen de wettelijke termijn had beslist. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het Woo-beroep is ongegrond verklaard.