ECLI:NL:RBZWB:2025:3070
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en gebruikelijk loon 2018
Belanghebbende was in 2018 voor 100% aandeelhouder en bestuurder van twee vennootschappen gevestigd op zijn woonadres. De inspecteur legde een aanslag IB/PVV op met een belastbaar inkomen van €28.434, gebaseerd op een loon van €13.031 en een uitkering van €15.403. Belanghebbende voerde aan geen activiteiten te hebben verricht en betwistte het loonbedrag.
De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift tijdig is ingediend omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitspraak op bezwaar correct is verzonden. Uit controlerapporten blijkt dat belanghebbende administratieve werkzaamheden heeft verricht voor de vennootschappen, waardoor de gebruikelijk-loonregeling van toepassing is. Belanghebbende heeft geen lager gebruikelijk loon aannemelijk gemaakt.
De rechtbank bevestigt dat de aanslag niet te hoog is vastgesteld en wijst het beroep af. Ook de belastingrentebeschikking blijft in stand. Belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2018 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.