Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 mei 2025 in de zaken tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Het gehuurde betreft ook geen ‘normale’ woonruimte nu de woonruimte gestoffeerd en gemeubileerd wordt verhuurd en onderdeel van het gehuurde ook een compleet servicepakket (inventarispakket) is met optionele toevoegingen;
Huurder is ermee bekend (en stemt ermee in) dat deze huurovereenkomst, zonder dat daartoe een opzegging vereist is, eindigt na de overeengekomen periode zonder dat huurder recht heeft op voortzetting van de huurovereenkomst en zonder dat huurder recht heeft op huurbescherming (waarmee artikel 7:228 lid 1 BW Pro op deze huurovereenkomst van toepassing is);ix.
De overeengekomen huurprijs is niet tot stand gekomen op basis van de grootte/oppervlakte van het gehuurde;x.
Partijen hebben met elkaar gesproken over de voorwaarden waaronder verhuurder bereid is om met huurder deze overeenkomst aan te gaan en wensen de resultaten daarvan in deze huurovereenkomst vast te leggen."
"Artikel 10: Onderhoud Pro en kleine herstellingen
(...)
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en de bijbehorende belastingrentebeschikking over het derde kwartaal van 2022;
- verleent teruggaven omzetbelasting van € 50.209 voor het tweede kwartaal van 2022 en € 55.431 voor het vierde kwartaal van 2022;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 1.814 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden.