Belanghebbende, woonachtig in Frankrijk, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2019 met een belastbaar inkomen van €33.622. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar nam het verzoek om ambtshalve vermindering wel in behandeling en stelde het belastbaar inkomen op nihil, zonder belastingrente te vergoeden.
Belanghebbende vorderde vervolgens rentevergoeding over de teruggaaf, gebaseerd op een rentepercentage van 4%. De rechtbank oordeelde dat de belastingrenteregeling dwingend en uitputtend is geregeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, waarbij bij ambtshalve vermindering geen rentevergoeding wordt toegekend. Dit volgt ook uit recente arresten van de Hoge Raad.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende geen recht heeft op de gevorderde rentevergoeding en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht wordt niet vergoed.