ECLI:NL:RBZWB:2025:3311
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 5.219 die de inspecteur had opgelegd na een hertaxatie waarbij geen waardevermindering wegens schade werd erkend.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag te hoog is vastgesteld omdat de waardevermindering wegens schade van € 4.182 terecht in aanmerking moet worden genomen en het ontbreken van een Nederlandstalig boekenpakket leidt tot een extra waardevermindering van € 107. Een waardevermindering wegens schadeverleden wordt niet erkend omdat dit niet aannemelijk is gemaakt en niet relevant is volgens de gebruikte koerslijst.
De naheffingsaanslag wordt daarom verminderd tot € 3.505. Daarnaast is de redelijke termijn voor afhandeling van het bezwaar met vijf maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 500, waarvan € 400 voor rekening van de inspecteur komt en € 100 voor de Staat.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van € 3.108, en wijst de immateriële schadevergoeding toe. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. de Werd op 27 mei 2025.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 3.505 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegekend.