ECLI:NL:RBZWB:2025:3524
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2018 ongegrond verklaard wegens ontbreken procesbelang
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2018, omdat deze niet conform de ingediende aangifte zou zijn vastgesteld. De inspecteur had het belastbaar inkomen uit werk en woning vastgesteld op een verlies van €5.797, waarbij loon en eigen woning inkomen waren gespecificeerd. De verzuimboete was verminderd en belastingrente vervallen.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep. De inspecteur stelde dat het beroep geen procesbelang had omdat het beroep niet tot een lagere aanslag kon leiden. De rechtbank bevestigde dat een aanslag niet hoger kan worden vastgesteld in beroep (verbod van reformatio in peius), waardoor belanghebbende niet in een slechtere positie mag komen. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat andere gronden mogelijk wel tot een lagere aanslag konden leiden.
Inhoudelijk stelde belanghebbende slechts dat de aanslag niet conform de aangifte was vastgesteld, wat zou leiden tot een hogere aanslag. Dit is niet mogelijk in deze procedure en leidt tot een ongegrond beroep. Belanghebbende heeft geen nadere gronden aangevoerd ondanks verzoeken van de rechtbank. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2018 wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van procesbelang.