Eiseres heeft op 22 december 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende schadevergoeding. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Na een ingebrekestelling op 3 januari 2025 verstreken twee weken zonder besluit, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van elf weken na verzending van deze uitspraak passend.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag overschrijding met een maximum van €15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 5 juni 2025.