Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 4 december 2024 verweerder had opgedragen binnen twee weken te beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft besloten. De rechtbank sluit aan bij een recente lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn geldt voor soortgelijke zaken. In dit geval is deze termijn al verstreken, waardoor verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 juni 2025.