ECLI:NL:RBZWB:2025:4208
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, waarin de inspecteur een belastbaar inkomen van €46.146 vaststelde en €59 aan belastingrente in rekening bracht. De inspecteur had de aftrek van €1.638 rente op een lening bij Interbank niet geaccepteerd wegens onvoldoende onderbouwing.
Belanghebbende werd op juiste wijze uitgenodigd voor de zitting maar verscheen niet. De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de stukken. Belanghebbende had geen nadere informatie verstrekt over de lening ondanks verzoeken van de inspecteur en reageerde niet op het voornemen tot afwijking van de aangifte.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor de hypotheekrenteaftrek bij belanghebbende ligt en dat deze niet was voldaan. Ook de herziene aangiften boden geen voldoende onderbouwing. De inspecteur heeft de aanslag dan ook terecht gecorrigeerd. De belastingrente is eveneens terecht in rekening gebracht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2020 en belastingrente wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor hypotheekrenteaftrek.