ECLI:NL:RBZWB:2025:4212
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op arbeidskorting bij arbeidsongeschiktheidspensioen en IVA-uitkering
Belanghebbende, die in 2022 een arbeidsongeschiktheidspensioen en een IVA-uitkering ontving, stelde beroep in tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2022. De inspecteur had het verzamelinkomen vastgesteld op € 38.361 en het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 28 mei 2025.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht had op arbeidskorting. Belanghebbende voerde aan dat hem een bedrag van € 226 aan arbeidskorting toekwam. De rechtbank oordeelde dat de arbeidskorting alleen geldt voor inkomsten uit tegenwoordige arbeid, waarbij sprake moet zijn van een rechtstreekse beloning voor verrichte arbeid in een bepaald tijdvak.
De ontvangen arbeidsongeschiktheidspensioen en IVA-uitkering hebben echter betrekking op vroegere arbeid en vormen geen rechtstreekse beloning. Daarom worden deze inkomsten niet tot het arbeidsinkomen gerekend en bestaat er geen recht op arbeidskorting. Het beroep werd ongegrond verklaard, de aanslag bleef ongewijzigd en belanghebbende kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2022 blijft ongewijzigd.