Belanghebbende was voor een groot deel van 2023 in detentie in Zwitserland en diende de aangifte inkomstenbelasting 2022 pas op 22 december 2023 in, ruim na de uiterste termijn van 5 september 2023. De inspecteur legde een verzuimboete van €385 op wegens het niet tijdig indienen van de aangifte en een belastingrentebeschikking van €11.
Belanghebbende stelde dat door zijn detentie en het in beslag genomen telefoonapparaat het niet mogelijk was tijdig aangifte te doen, en dat sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas). De rechtbank oordeelde dat detentie binnen de risicosfeer van belanghebbende ligt en dat hij andere mogelijkheden had om aan zijn fiscale verplichtingen te voldoen, zoals uitstel aanvragen of derden inschakelen.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van avas, maar achtte de boete van €385 gezien de financiële situatie van belanghebbende te hoog en matigde deze tot €150. Het beroep tegen de belastingrentebeschikking werd ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het bezwaar tegen de boetebeschikking en bepaalde dat de inspecteur het griffierecht van €51 aan belanghebbende moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter L.D.M.A. Reijs op 3 juli 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.