ECLI:NL:RBZWB:2025:4214
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verminderingsbeschikking belastbaar inkomen sparen en beleggen 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, specifiek tegen het vastgestelde belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. De inspecteur had de aanslag verminderd op grond van een massaalbezwaarprocedure en een verminderingsbeschikking vastgesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2025 behandeld, waarbij belanghebbende niet aanwezig was en geen uitstel had verzocht. De rechtbank beoordeelde of het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen niet te hoog was vastgesteld, mede aan de hand van door belanghebbende aangevoerde beroepsgronden.
Uit het dossier bleek dat het werkelijk rendement uit rente en dividend van belanghebbende en haar fiscaal partner hoger was dan het in de verminderingsbeschikking gehanteerde belastbaar inkomen. Belanghebbende heeft geen feiten of omstandigheden aannemelijk gemaakt die wijzen op een individuele en buitensporige last.
Daarom oordeelde de rechtbank dat voldoende rechtsherstel was geboden en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Belanghebbende krijgt geen verdere vermindering van het belastbaar inkomen en ook geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de verminderingsbeschikking belastbaar inkomen sparen en beleggen 2020 is ongegrond verklaard.