Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het rijden met 4 km/u te hard op een weg buiten de bebouwde kom. De boete werd eerst door de officier van justitie gehandhaafd, maar betrokkene stelde beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 8 Wahv Pro een uitzondering geldt wanneer de kentekenhouder kan aantonen dat het voertuig op het moment van de overtreding verhuurd was. Betrokkene overlegde een huurovereenkomst waaruit bleek dat het voertuig op het tijdstip van de overtreding was verhuurd. Hierdoor kon de boete niet aan betrokkene als kentekenhouder worden opgelegd.
De kantonrechter vernietigde daarom de boetebeschikking en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het reeds betaalde bedrag. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kantonrechterfase, omdat de grond voor het beroep pas in deze fase onderbouwd werd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boetebeschikking wordt vernietigd vanwege verhuur van het voertuig op het moment van de overtreding.