Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden met 6 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom te Breda op 30 mei 2023. De boete werd opgelegd aan de kentekenhouder, maar betrokkene stelde dat het voertuig op dat moment was verhuurd en dat de huurder aansprakelijk moest worden gesteld.
Betrokkene overlegde een huurovereenkomst waaruit bleek dat het voertuig inderdaad was verhuurd op het moment van de overtreding. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde anders. Op grond van artikel 8 sub b Wahv Pro geldt een uitzondering waarbij de boete niet aan de kentekenhouder wordt opgelegd als een geldige huurovereenkomst wordt getoond.
De kantonrechter vernietigde de boetebeschikking en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het betaalde bedrag. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene voor de kantonrechterfase, omdat de grond voor het beroep pas in deze fase werd aangevoerd. Hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boetebeschikking wordt vernietigd.