Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met een voertuig waarbij gevaar bestond dat een deel van de buitenzijde los kon raken op de Rijksweg A58 te Etten-Leur op 20 mei 2023. Betrokkene stelde dat zij direct actie had ondernomen door de garage te bellen en dat het onveilig was om op de snelweg te stoppen. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar verzocht matiging van de boete vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die voldoende bewijs vormt in Wahv-zaken. Hoewel geen sprake was van overmacht, vond de kantonrechter het handelen van betrokkene begrijpelijk. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete gematigd tot nihil.
Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag aan zekerheid en werd een proceskostenvergoeding van €1.554,- toegekend aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd hiermee gewijzigd.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot nihil en proceskosten worden aan betrokkene vergoed.