ECLI:NL:RBZWB:2025:4483
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM na geschil over afschrijving, CO2-uitstoot en handelswaarde
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 12.411 en een belastingrentebeschikking van € 580 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank beoordeelt het beroep en constateert dat het taxatierapport van belanghebbende geldig is ondanks het tijdsverloop tussen schouw en rapportdatum. De rechtbank oordeelt dat de afschrijving op basis van dit taxatierapport mag plaatsvinden vanwege meer dan normale gebruiksschade.
De rechtbank stelt vast dat de schadevergoeding van DRZ van € 3.164 correct is en het gehanteerde afschrijvingspercentage van 84% passend is. De historische nieuwprijs wordt vastgesteld op € 133.841 en de bruto BPM op € 91.521. De handelsinkoopwaarde wordt vastgesteld op € 34.637 verminderd met € 2.661 aan waardevermindering.
De rechtbank verwerpt het beroep van belanghebbende op de Scandinavische rekenmethode voor CO2-uitstoot en bevestigt de gehanteerde waarde van 338 gr/km. Hierdoor wordt de naheffingsaanslag verminderd tot € 8.878 en de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig aangepast.
Daarnaast kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe van € 2.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 2.300 voor rekening van de inspecteur en € 200 voor de Staat. Ook wordt het griffierecht vergoed en proceskosten van € 3.108 toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 8.878 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding.