ECLI:NL:RBZWB:2025:4485
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens juiste afschrijvingsmethode en toekenning schadevergoeding redelijke termijn
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de juiste afschrijvingsmethode voor de berekening van de BPM over een Volvo XC60, waarbij belanghebbende stelde dat de koerslijst van Eurotax met een correctie van 15% toegepast moest worden.
De rechtbank oordeelde dat de auto bij registratie geen meer dan normale gebruiksschade vertoonde, waardoor de taxatiemethode niet van toepassing was. Vervolgens mocht belanghebbende de koerslijstmethode toepassen met de genoemde correctie, wat leidde tot een hogere handelsinkoopwaarde en een lagere naheffingsaanslag.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar was overschreden, waardoor belanghebbende recht had op een immateriële schadevergoeding. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, matigde de naheffingsaanslag en belastingrente, en veroordeelde de inspecteur en de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 2.532 en belanghebbende krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.