ECLI:NL:RBZWB:2025:45
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering dwangsom bij conserverende aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende, die in 2020 naar Spanje is geëmigreerd, verzocht de inspecteur om een voor beroep vatbare beschikking omtrent de rechtmatigheid van het opvragen van informatie voor een conserverende aanslag inkomstenbelasting 2020. Na ingebrekestelling en bezwaar tegen de kennisgeving van de inspecteur, stelde de inspecteur dat geen dwangsom verschuldigd was omdat het verzoek niet ziet op een aanvraag in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb Pro.
De rechtbank oordeelt dat het niet nemen van een beslissing op het verzoek geen voor bezwaar vatbare beschikking vormt, waardoor bezwaar en beroep tegen de weigering niet-ontvankelijk zijn. Hoewel de inspecteur het bezwaar ongegrond verklaarde in plaats van niet-ontvankelijk, leidt dit niet tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar omdat dit geen gevolgen heeft voor de toekenning van een dwangsom.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het verzoek niet ziet op een publiekrechtelijke rechtshandeling met rechtsgevolg en daarom geen aanvraag is in de zin van artikel 4:17 Awb Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar blijft in stand en belanghebbende krijgt geen dwangsom, griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het dwangsomverzoek wordt ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar blijft in stand.