ECLI:NL:RBZWB:2025:4695
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing beroep tegen bestuurlijke boetes Wet arbeid vreemdelingen en Wet minimumloon
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft drie bestuurlijke boetes opgelegd aan [bedrijf 1] B.V. wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). De boetes zijn opgelegd na werkplekcontroles en administratief onderzoek door de Nederlandse Arbeidsinspectie en andere instanties.
Eiseres betwist de hoogte van de boetes en haar rol als overtreder, stellende dat zij slechts een administratieve functie vervulde. De rechtbank oordeelt dat eiseres als werkgever moet worden beschouwd omdat zij feitelijk arbeid door vreemdelingen heeft laten verrichten zonder de vereiste vergunningen. Het verweer dat verklaringen van een getuige onrechtmatig zijn verkregen wegens het ontbreken van recht op bijstand wordt verworpen.
De rechtbank vindt dat de minister ten onrechte uitging van grove schuld bij de boetebepaling, terwijl normale verwijtbaarheid passend was. Hierdoor wordt het boetebedrag voor overtreding van artikel 2 Wav Pro verlaagd van €12.000 naar €8.000. De overige boetes en de waarschuwing blijven in stand. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Boetebedrag voor overtreding Wav verlaagd naar €9.500, overige boetes en waarschuwing gehandhaafd.