Eiseres heeft op 2 januari 2024 een aanvraag ingediend bij de Dienst Toeslagen voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Eiseres heeft verweerder op 28 januari 2025 in gebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden en verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van zes weken voor het verzenden van een vooraankondiging, gevolgd door twee weken voor het nemen van het besluit, passend.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de nieuwe beslistermijn overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 15 augustus 2025.