Eiser heeft op 20 december 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende schadevergoeding. Verweerder, Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde verweerder op 27 januari 2025 in gebreke, waarna verweerder de ingebrekestelling op 28 januari 2025 ontving. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn zonder besluit, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Op grond van artikel 8:55d Awb legt de rechtbank een termijn van zes weken na verzending van de uitspraak op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is langer dan de standaard twee weken vanwege het grote aantal aanvragen dat verweerder moet behandelen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. De rechtbank wijst een vergoeding van het griffierecht en proceskosten toe aan eiser, omdat het beroep alleen ziet op de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 29 augustus 2025.