Eiser diende een ingebrekestelling in bij de Dienst Toeslagen wegens het niet tijdig beslissen op een verzoek om integrale beoordeling van de kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen nam deze ingebrekestelling niet in behandeling omdat eiser niet als aanvrager geregistreerd stond, maar als erfgenaam van zijn overleden toeslagpartner. De rechtbank oordeelt dat het niet in behandeling nemen van de ingebrekestelling terecht was, omdat een ingebrekestelling geen besluit in de zin van de Awb is en daarom niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en neemt zelf een beslissing door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens krijgt eiser een proceskostenvergoeding toegekend. De rechtbank benadrukt dat indien eiser namens zijn overleden toeslagpartner een ingebrekestelling wilde indienen, dit duidelijk vermeld had moeten worden. De uitspraak biedt tevens een toelichting op de procedurele aspecten rond ingebrekestellingen binnen de Wet hersteloperatie toeslagen.
De zaak illustreert de noodzaak van correcte procedurele stappen bij het indienen van ingebrekestellingen en het belang van duidelijke communicatie richting bestuursorganen. Eiser kan tegen de definitieve beschikking nog rechtsmiddelen aanwenden indien hij het niet eens is met de inhoud.