ECLI:NL:RBZWB:2025:6674
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen verzuimboetes inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016-2018
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de beroepen van belanghebbende tegen verzuimboetes opgelegd bij de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2016 tot en met 2018. Belanghebbende had de bezwaarschriften tegen de boetes te laat ingediend, waardoor deze terecht niet-ontvankelijk werden verklaard. Ook de verzoeken om ambtshalve vermindering voor 2016 en 2017 werden afgewezen vanwege overschrijding van de vijfjaarstermijn.
Voor het jaar 2018 werd de termijnoverschrijding van het verzoek om ambtshalve vermindering als verschoonbaar beoordeeld, omdat belanghebbende in december 2023 meerdere pogingen had gedaan om tijdig bezwaar te maken. Desondanks wees de rechtbank het verzoek af vanwege het ontbreken van aanleiding voor vermindering van de boete, gelet op het langdurige niet nakomen van aangifteverplichtingen en het ontbreken van afwezigheid van alle schuld.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende geen hulp had ingeschakeld bij zijn langdurige problematiek en dat de overschrijding van termijnen aan hem toe te rekenen was. De beroepen werden ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en proceskosten werden niet vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 8 oktober 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen de verzuimboetes over 2016-2018 zijn ongegrond verklaard en de boetes blijven in stand.