Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking 2024 en diende een taxatierapport in ter onderbouwing. De heffingsambtenaar verlaagde de WOZ-waarde en kende een kostenvergoeding toe, maar niet voor het taxatierapport. Belanghebbende ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, ondanks het verweer van de heffingsambtenaar dat belanghebbende niet op de hoogte zou zijn van de beroepsprocedure. De rechtbank vond de machtiging recent, specifiek en voldoende causaal verbonden met de beschikking.
Inhoudelijk verwierp de rechtbank het standpunt van de heffingsambtenaar dat het taxatierapport door AI was gegenereerd en kwalitatief onvoldoende was. Het taxatierapport voldeed aan de vereisten en was vergelijkbaar met het rapport van de heffingsambtenaar zelf. Wel stelde de rechtbank het uurtarief voor vergoeding lager vast dan door belanghebbende opgegeven.
De rechtbank vernietigde het besluit over de kostenvergoeding voor het taxatierapport, veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van een totale kostenvergoeding van € 440,26, een proceskostenvergoeding van € 27,21 en de griffierechtvergoeding van € 51. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 6 oktober 2025.