ECLI:NL:RBZWB:2025:6787

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
11476816 CV EXPL 25-77 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 BWArt. 6:225 BWArt. 7:900 BWArt. 194 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststellingsovereenkomst en nakoming bij effectenlease tussen erfgenaam en Dexia

In deze civiele bodemzaak staat centraal of tussen de erfgenaam van de oorspronkelijke lessee en Dexia Nederland B.V. een vaststellingsovereenkomst is gesloten ter beëindiging van een geschil over een effectenleaseovereenkomst. De erfgenaam vordert nakoming van deze overeenkomst en betaling van een afgesproken bedrag van €5.820,00, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

De rechtbank stelt vast dat partijen in juni 2024 tot een akkoord zijn gekomen waarbij Dexia een bedrag van €5.820,00 aan de erfgenaam zou betalen. Dit aanbod is door de erfgenaam aanvaard zonder voorbehoud, zodat een overeenkomst tot stand is gekomen conform artikel 6:217 BW Pro. Dexia heeft een beroep gedaan op verjaring, maar dit wordt verworpen omdat de vordering uit 2024 nog niet verjaard is.

De rechtbank overweegt dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld door haar zorgplicht te schenden, waaronder de waarschuwingsplicht, wat heeft geleid tot schade bij de oorspronkelijke lessee. De primaire vordering van de erfgenaam wordt toegewezen, en Dexia wordt veroordeeld tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst, betaling van het bedrag met rente en de proceskosten. De tegenvorderingen van Dexia worden afgewezen.

Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst en betaling van €5.820,00 met rente en proceskosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11476816 CV EXPL 25-77
vonnis van de kantonrechter van 3 september 2025
in de zaak van
[erfgenaam]handelend ten behoeve van de nalatenschap en erfgenaam van
[erflater](verder: Erflater)
,
wonende te [plaats] ,
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,
tegen
de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: USG Legal Professionals.
Partijen worden hierna [erfgenaam] en Dexia genoemd.

1.Kern van de zaak

1.1.
Tussen partijen is in geschil of er tussen hen een vaststellingsovereenkomst is gesloten ter beëindiging van het geschil. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is, zodat Dexia wordt veroordeeld de vaststellingsovereenkomst na te komen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 18 december 2025;
  • de conclusie van antwoord, tevens houdende een eis in reconventie;
  • de conclusie van repliek in conventie, tevens houdende een conclusie van antwoord in reconventie;
  • de conclusie van dupliek in conventie, tevens houdende een conclusie van repliek in reconventie;
  • de conclusie van dupliek in reconventie, akte rectificatie en akte uitlating producties in conventie.
2.2.
Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis wordt gewezen.

3.De feiten

3.1.
Erflater heeft de volgende leaseovereenkomst (verder: de overeenkomst) ondertekend waarop zij als lessee stond vermeld, met als wederpartij (de rechtsvoorgangster van) Dexia:
Nr.
Contractnr.
Datum
Naam overeenkomst
I.
[nummer]
1-7-1999
Capital Effect
3.2.
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
Nr.
Datum eindafrekening
Resultaat
Betaald
I.
26-6-2012
- € 136,40
€ 45,46. Het resterende bedrag is verrekend met de uitkering op grond van het hofmodel
3.3.
Volgens opgave van Dexia heeft Erflater op grond van de overeenkomst – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 7.103,56 aan maandtermijnen en een bedrag van € 45,46 wegens restschuld aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft Erflater € 1.466,55 aan dividenden ontvangen en € 548,85 aan fiscaal voordeel genoten. Dexia heeft € 10,02 aan dividenden verrekend.
3.4.
De gemachtigde van Erflater, Leaseproces, heeft bij brief van 9 augustus 2007 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomst ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren.
3.5.
Erflater is op 10 mei 2014 overleden. [erfgenaam] is haar erfgenaam.
3.6.
In juni 2024 zijn partijen in overleg getreden over een minnelijke regeling. Dexia bericht op 10 juni 2024 dat zij bereid is ter afwikkeling van het dossier een bedrag van € 5.820,00 te voldoen. De gemachtigde van [erfgenaam] bericht op 25 juni 2024 dat [erfgenaam] daarmee akkoord gaat. Op 5 augustus 2024 bericht Dexia aan [erfgenaam] dat zij het dossier als gesloten beschouwt wegens de verjaring van de vorderingen.

4.De vordering en het verweer in de hoofdzaak en in het incident

4.1.
[erfgenaam] vordert (samengevat), na wijziging van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- primair:
 voor recht verklaart dat er een overeenkomst tussen Dexia en [erfgenaam] tot stand is gekomen op basis van de in deze dagvaarding genoemde gronden;
 Dexia veroordeelt tot nakoming van die overeenkomst;
 voor recht verklaart dat er geen sprake is van verjaring van de vorderingen;
 Dexia te veroordelen in de proceskosten, nakosten en de wettelijke rente daarover;
- subsidiair:
 voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [erfgenaam] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,
 voor recht zal verklaren dat [erfgenaam] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
 Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [erfgenaam] van al datgene dat [erfgenaam] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,
 Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [erfgenaam] met rente,
 Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten met rente.
4.2.
Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Het verweer mondt uit in een (deels voorwaardelijke) tegenvordering, waarbij Dexia vordert, dan wel verzoekt (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- in het incident:
 [erfgenaam] ex artikel 194 Rv Pro zal veroordelen om aan Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier, althans andere schriftelijke documenten waar de door Leaseproces namens [erfgenaam] in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen aan zijn ontleend,
- in de hoofdzaak:
 voor recht zal verklaren dat Dexia niets meer aan [erfgenaam] verschuldigd is,
 [erfgenaam] zal veroordelen in de proceskosten.
4.3.
Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.

5.Beoordeling van de vorderingen in de hoofdzaak en in het incident

algemeen5.1. Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 à 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie Erflater.
5.2.
De procedures hebben geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend. [1] Deze jurisprudentie wordt bij de beoordeling van de vorderingen als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen.
5.3.
Toepassing van deze jurisprudentie leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:
er is sprake van huurkoop;
er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;
Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;
Erflater heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld;
er is voldoende causaal verband aanezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.
vaststellingsovereenkomst
5.4.
[erfgenaam] stelt primair dat partijen een vaststellingsovereenkomst zijn overeengekomen op 25 juni 2024 ter afwikkeling van dit geschil. Dexia heeft pas nadien een beroep gedaan op verjaring. Daaraan moet voorbij worden gegaan. Dexia blijft bij haar standpunt dat de vordering is verjaard.
5.5.
De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 6:217 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en een aanvaarding van dat aanbod.
5.6.
Dexia heeft op 10 juni 2024 aangeboden ter afwikkeling van het geschil een bedrag van € 5.820,00 te voldoen. De gemachtigde van [erfgenaam] heeft op 25 juni 2024 dit aanbod aanvaard. Geen van partijen maken melding van een voorbehoud, zodat in beginsel ervan uit moet worden gegaan dat er een overeenkomst is gesloten. [erfgenaam] vraagt nog om een vaststellingsovereenkomst ter ondertekening, maar dat maakt niet dat er geen overeenkomst is gesloten. Hooguit is dit een afwijkende aanvaarding, zoals bedoeld in artikel 6:225 lid 2 BW Pro. Voorts volgt niet uit artikel 7:900 BW Pro en verder dat er bijzondere eisen aan een vaststellingsovereenkomst worden gesteld, zodat deze ook per e-mail kan worden gesloten.
5.7.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat tussen partijen een vaststellingsovereenkomst is gesloten tot betaling van een bedrag van € 5.820,00 door Dexia. [erfgenaam] kan in beginsel nakoming vorderen van die overeenkomst.
verjaring
5.8.
Dexia doet nog een beroep op verjaring. De kantonrechter overweegt echter dat [erfgenaam] nakoming vordert van een vordering uit 2024, zodat deze nog niet is verjaard.
vorderingen van [erfgenaam]
5.9.
De primaire vordering van [erfgenaam] is toewijsbaar, waarbij de wettelijke rente wordt toegewezen vanaf het moment van totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. De subsidiaire vordering behoeft geen behandeling meer.
vorderingen Dexia
5.10.
Gelet op de beoordeling in conventie worden de vorderingen van Dexia afgewezen. Voor de volledigheid overweegt de kantonrechter dat Dexia, gelet op de gesloten vaststellingsovereenkomst, geen belang meer heeft bij haar exhibitievordering.
proceskosten
5.11.
Omdat [erfgenaam] inhoudelijk gelijk krijgt, is Dexia aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij. Dexia zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [erfgenaam] gevallen. Omdat het partijdebat in reconventie is samengevallen met het debat in conventie worden de kosten in reconventie tot op heden begroot op nihil. De proceskosten in het incident van Dexia worden gecompenseerd, nu deze kosten mogelijk nodeloos gemaakt zijn omdat [erfgenaam] pas bij conclusie van repliek in conventie en antwoord in reconventie een beroep heeft gedaan op de vaststellingsovereenkomst.
5.12.
De proceskosten van [erfgenaam] worden begroot op:
- dagvaarding € 135,97
- griffierecht € 90,00
- salaris gemachtigde € 542,00 (2,0 x tarief € 271,00)
- nakosten
€ 135,00
Totaal € 902,97.
5.13.
De gevorderde rente over de proceskosten zal als na te melden worden toegewezen.
6. Beslissing
De kantonrechter
in het incident van Dexia
6.1.
wijst de vordering af,
6.2.
compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
in conventie
6.3.
verklaart voor recht dat er op 25 juni 2024 een vaststellingsovereenkomst tussen Dexia en [erfgenaam] tot stand is gekomen ter beëindiging van dit geschil;
6.4.
veroordeelt Dexia tot nakoming van die overeenkomst door aan [erfgenaam] , tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen € 5.820,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juni 2024 tot de dag van de algehele voldoening;
6.5.
verklaart voor recht dat er geen sprake is van verjaring van de vordering uit hoofde van die vaststellingsovereenkomst;
6.6.
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 902,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
6.7.
veroordeelt Dexia in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
6.8.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
6.9.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
6.10.
wijst de vorderingen af,
6.11.
veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [erfgenaam] gevallen, tot op heden begroot op nihil.
Aldus gewezen door mr. Rouwen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.In het bijzonder gaat het om de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC2837), 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH 2815), 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003), 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR: 2017:164) en 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:590) en de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (ECLI:NL: GHAMS:2009:BK4981) en 1 april 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:1135).