Belanghebbende is houder van een camper waarvan het kentekenbewijs van 3 november 2023 tot en met 1 april 2024 was geschorst. Op 28 maart 2024 is geconstateerd dat de camper met geschorst kenteken gebruik maakte van de openbare weg. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete op.
Belanghebbende voerde aan dat de camper van 21 december 2023 tot 28 maart 2024 bij een schadeherstelbedrijf stond en dat de naheffingsperiode daarom onredelijk lang is. Ook vond hij de verzuimboete te hoog en onredelijk, omdat er geen opzet was en het een vergissing betrof.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en correct is berekend volgens de wettelijke regeling, die een praktische regeling biedt voor bewijsproblemen. De verzuimboete is eveneens terecht opgelegd, aangezien gebruik van de weg met een geschorst kenteken gelijkstaat aan betalingsverzuim, waarbij opzet of schuld niet vereist is. De rechtbank ziet geen reden om de boete verder te matigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag en verzuimboete blijven in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.