ECLI:NL:RBZWB:2025:7260
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB ongegrond verklaard
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning die door de heffingsambtenaar is gewaardeerd op €265.000 per 1 januari 2022, wat tevens leidde tot de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waardebepaling, maar reageerde niet op een verzoek om aanvullende informatie, waarna de heffingsambtenaar een informatiebeschikking uitvaardigde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks discussie over de machtiging van gemachtigden, en dat de bewijslastverdeling is verschoven naar belanghebbende vanwege het niet reageren op de informatiebeschikking. De heffingsambtenaar heeft de waarde redelijk geschat op basis van taxatierapporten en een taxatiematrix.
Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd om de WOZ-waarde te betwisten, waaronder het ontbreken van onderbouwde stukken en foto’s van de woningstaat. De rechtbank concludeert dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waardebeschikking van €265.000 blijft gehandhaafd.