De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht voor het bouwen van een stal voor 2080 vleesvarkens, uitbreiding van het aantal vleesvarkens in bestaande stallen met 532 stuks en aansluiting van alle stallen op luchtwassystemen met ammoniakemissiereductie. Eiseressen zijn het niet eens met deze vergunning en hebben beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat één eiseres niet-ontvankelijk is omdat haar machtiging niet ziet op deze zaak, terwijl de andere twee eiseressen ontvankelijk zijn maar hun beroep ongegrond is. De rechtbank stelt vast dat het college de vergunning mocht verlenen omdat aan de toetsingsvereisten is voldaan en er geen aanhaakverplichting bestond voor een natuurvergunning, aangezien deze reeds voorafgaand aan de omgevingsvergunning was aangevraagd.
Verder overweegt de rechtbank dat de weigering van de natuurvergunning door Gedeputeerde Staten niet leidt tot een aanhaakverplichting en dat de aangevoerde bezwaren over de implementatie van de Habitatrichtlijn buiten de omvang van het geding vallen. De rechtbank wijst het beroep af en bepaalt dat eiseressen geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgen.