Uitspraak
1.[V.O.F.] ,
2.
[vennoot 1],
3.
[vennoot 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bodemzaak tussen opdrachtnemer en opdrachtgever heeft de kantonrechter vastgesteld dat de werkzaamheden van opdrachtnemer op basis van een overeenkomst van opdracht zijn verricht. Opdrachtnemer is aansprakelijk voor schade aan de vrachtwagen en moet ook de verkeersboete betalen die op 8 maart 2024 werd opgelegd.
De bewijsopdracht betrof het aantonen dat opdrachtnemer op genoemde datum in de vrachtwagen met het specifieke kenteken reed en dat de boetebeschikking via WhatsApp aan hem is toegezonden. Opdrachtgever bracht screenshots van WhatsApp-berichten in, waaronder een foto van het tolkastje met het kenteken en ritgegevens, die door de kantonrechter als voldoende bewijs werden beoordeeld.
Opdrachtnemer voerde aan dat de foto's onduidelijk waren en dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de berichten van hem afkomstig waren. De kantonrechter verwierp dit verweer, mede omdat de WhatsApp-account gekoppeld was aan opdrachtnemer en de berichten uit die account afkomstig waren.
Ook is vastgesteld dat de boetebeschikking en de daaropvolgende betalingsverzoeken via WhatsApp aan opdrachtnemer zijn toegezonden. Opdrachtnemer wist vanaf 21 juni 2024 van de boete, maar heeft geen actie ondernomen, waardoor de boete is verhoogd. De kantonrechter veroordeelde opdrachtnemer tot betaling van het volledige bedrag van €546,17 plus wettelijke rente en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Opdrachtnemer wordt veroordeeld tot betaling van de verkeersboete en verhoging van €546,17 met wettelijke rente.