ECLI:NL:RBZWB:2025:7847

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
11809119 \ AZ VERZ 25-31 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van der Lende-Mulder Smit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding

De Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen (SVOZ) verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer vanwege een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer werd geen verwijt gemaakt en herplaatsing was niet mogelijk. Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen een regeling over de financiële afwikkeling.

De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke grond was voor ontbinding en dat het verzoek niet samenhing met een opzegverbod. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2026. Daarnaast werd SVOZ veroordeeld tot betaling van een bruto wettelijke verhoging van € 1.048,38 en € 10,41 aan wettelijke rente, een bedrag waar partijen overeenstemming over hadden bereikt.

Tot slot bepaalde de kantonrechter dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2026 wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding met toewijzing van betaling wettelijke verhoging en rente.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11809119 \ AZ VERZ 25-31
Beschikking van 10 november 2025
in de zaak van
STICHTING VOORTGEZET ONDERWIJS ZEEUWS-VLAANDEREN,
te Terneuzen,
verzoekende partij,
verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: SVOZ,
gemachtigde: mr. C.A.M. van Vught, Christon van Vught Rechtspraktijk B.V.,
tegen
[persoon],
te [plaats],
verwerende partij,
verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: [persoon],
gemachtigde: mr. F.F.J. van Dijk en mr. M.A. Breewel-Witteveen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift, met een voorwaardelijk tegenverzoek
- de mondelinge behandeling van 3 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling een minnelijke regeling getroffen. De inhoud van die regeling is in een proces-verbaal vastgelegd. Partijen hebben met betrekking tot het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitspraak verzocht. Na het sluiten van de mondelinge behandeling is de uitspraak bepaald op vandaag.
1.3.
Partijen hebben op 3 en respectievelijk 5 november 2025 per e-mail nog een reactie ingediend met betrekking tot de mondelinge behandeling.

2.Het verzoek, het verweer en het voorwaardelijk tegenverzoek

2.1.
SVOZ verzoekt de arbeidsovereenkomst met [persoon] te ontbinden, omdat de arbeidsverhouding tussen partijen zodanig is verstoord dat van SVOZ in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [persoon] valt daarvan geen verwijt te maken. Ook is herplaatsing niet mogelijk dan wel ligt dit niet in de rede. SVOZ heeft gesteld dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. SVOZ heeft verzocht de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2026 te ontbinden.
2.2.
[persoon] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

3.De beoordeling

3.1.
Mede gelet op de referte van [persoon] zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden per 1 januari 2026. Uit de standpunten van partijen blijkt namelijk dat er een redelijke grond is voor ontbinding, aangezien de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat van SVOZ als werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing van [persoon] is daarbij niet mogelijk. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst is [persoon] niet verwijtbaar. Het verzoek houdt geen verband met het bestaan van een opzegverbod. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de financiële afwikkeling van de arbeidsovereenkomst. Deze afspraken zijn vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.
3.2.
[persoon] heeft op 3 november 2025 verzocht SVOZ te veroordelen tot betaling van € 1.048,38 bruto wegens wettelijke verhoging en € 10,41 wegens wettelijke rente. Op de mondelinge behandeling is dit tussen partijen afgesproken, maar is deze afspraak abusievelijk niet opgenomen in de vaststellingsovereenkomst. SVOZ heeft op 5 november 2025 hiermee ingestemd. Aangezien partijen hierover overeenstemming hebben bereikt zal dit worden toegewezen zoals verzocht.
3.3.
Gelet op de uitkomst van deze procedure is het redelijk dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 januari 2026,
4.2.
veroordeelt SVOZ om aan [persoon] te betalen € 1.048,38 bruto wegens wettelijke verhoging en € 10,41 wegens wettelijke rente,
4.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 10 november 202