ECLI:NL:RBZWB:2025:8
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende bewijs doorlopen wachttijd van 104 weken
Eiseres, werkzaam als apothekersassistente, verzocht het UWV om beoordeling van haar aanspraak op een WIA-uitkering. Het UWV wees dit verzoek af wegens een laattijdige aanvraag en het ontbreken van bewijs dat zij de wachttijd van 104 weken arbeidsongeschiktheid had doorlopen.
De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat eiseres onvoldoende medische objectiveerbare stukken had overgelegd die de periode van 1 april 2019 tot 3 april 2020 omvatten. De verzekeringsarts b&b concludeerde dat er geen medische argumenten waren om aan te nemen dat eiseres gedurende deze periode doorlopend arbeidsongeschikt was.
Eiseres stelde dat zij zich nooit beter had gemeld en dat de wachttijd wel was bereikt, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat het risico van onvoldoende gegevens bij eiseres ligt en dat de enkele omstandigheid van eerdere arbeidsongeschiktheid niet volstaat om voortzetting aan te nemen.
Daarom kon eiseres geen aanspraak maken op een WIA-uitkering en werd het beroep ongegrond verklaard. Vanwege een procedureel gebrek werd dit gebrek gepasseerd en kreeg eiseres een vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres onvoldoende medische gegevens heeft overgelegd om de wachttijd van 104 weken arbeidsongeschiktheid aan te tonen.