ECLI:NL:RBZWB:2025:8048
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens niet gemelde meeruren
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft de herziening en terugvordering van een WIA-uitkering die het UWV aan eiser heeft toegekend. Het UWV stelde vast dat eiser meer uren werkte dan was opgegeven en herzag de uitkering over de periode van 10 september 2013 tot en met 31 maart 2023, met een terugvordering van ruim €69.000. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij meer uren had gewerkt en dat de schatting van de uren onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat hij meer uren werkte dan bij het UWV bekend was. Het UWV mocht daarom de uitkering herzien en terugvorderen. Wel stelde de rechtbank vast dat het UWV voor de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 maart 2023 een onjuiste schatting had gemaakt van de gewerkte uren. Voor die periode achtte de rechtbank een schatting van 20 uur per week meer passend dan de 25 uur die het UWV hanteerde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de herziening en terugvordering over de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 maart 2023 betrof en droeg het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met de gecorrigeerde schatting. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV moet de herziening en terugvordering over 1 maart 2022 tot 31 maart 2023 aanpassen met een lagere schatting van de gewerkte uren.