ECLI:NL:RBZWB:2025:8451
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar overdrachtsbelasting door termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar tegen de aanslag overdrachtsbelasting door de inspecteur. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar te laat is ingediend, namelijk ruim negen maanden na de afdracht van de belasting, terwijl de wettelijke termijn zes weken bedraagt.
Belanghebbende voerde aan dat zij pas na de overdracht op de hoogte was van het mogelijke recht op het lage tarief en dat persoonlijke omstandigheden, waaronder het overlijden van haar zus, haar belemmerden tijdig bezwaar te maken. De rechtbank acht deze omstandigheden onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, mede omdat belanghebbende werd bijgestaan door een notaris die geacht wordt de bezwaartermijn te kennen.
De rechtbank concludeert dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.