ECLI:NL:RBZWB:2025:8471
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ over weigering Wlz-zorg wegens onvoldoende motivering blijvendheid zorgbehoefte
Eiser, geboren in 2000 en lijdend aan ADHD, autisme en een actief psychotisch toestandsbeeld, vroeg op 3 augustus 2023 bij het CIZ een indicatie aan voor langdurige zorg op grond van de Wlz. Het CIZ wees deze aanvraag op 20 november 2023 af en verklaarde het bezwaar hiertegen op 20 juni 2024 ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 16 september 2025.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of het CIZ voldoende zorgvuldig heeft onderzocht en gemotiveerd dat de blijvendheid van eisers behoefte aan permanent toezicht en/of 24-uurszorg in de nabijheid niet kan worden vastgesteld. De medische adviezen van het CIZ gingen uit van een klinische behandelsetting, terwijl eiser ambulant wordt behandeld. Tevens is onvoldoende onderzocht of eiser daadwerkelijk aangewezen is op 24-uurszorg, een noodzakelijke eerste stap volgens vaste rechtspraak.
De rechtbank oordeelt dat het CIZ niet op een juiste feitelijke grondslag heeft gehandeld en dat de motivering van het besluit onvoldoende is. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en krijgt het CIZ de gelegenheid het gebrek binnen acht weken te herstellen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het CIZ het besluit herziet of aangeeft dit niet te doen.
Uitkomst: Het besluit van het CIZ wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het CIZ krijgt acht weken om het besluit te herstellen.