BTT Real Estate B.V. en BTT Multimodial Container Solutions B.V. kregen lasten onder dwangsom opgelegd wegens overschrijding van de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De overschrijdingen werden vastgesteld door geluidsmetingen in 2021 en 2023, waarop het college handhavend optrad. Eisers voerden aan dat het college eerst een waarschuwingsbrief had moeten sturen, dat het college feiten door elkaar had gehaald, en dat het opleggen van de dwangsom in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het college niet opnieuw een waarschuwingsbrief hoefde te sturen vanwege eerdere waarschuwingen en het verloop van het handhavingstraject. De vermeende feitelijke onzorgvuldigheden werden niet vastgesteld, omdat het college een samenhangend overzicht gaf zonder verkeerde toerekening. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat het college in redelijkheid het belang van handhaving zwaarder mocht laten wegen dan de belangen van eisers, mede gezien de aanhoudende klachten en geconstateerde overtredingen.
De rechtbank concludeerde dat het college bevoegd en zorgvuldig heeft gehandeld, dat het beleid juist is toegepast, en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om af te zien van handhaving. De beroepen werden ongegrond verklaard, en eisers kregen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak bevestigt het belang van handhaving van milieuregels en de toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie 2014.