Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
kanovergaan, maar niet toe verplicht is. Volgens de moeder is de beëindiging van haar gezag over [minderjarige] niet noodzakelijk, omdat de huidige situatie goed verloopt en op geen enkele wijze een bedreiging vormt voor de ontwikkeling van [minderjarige] . De moeder is bereikbaar voor de GI en de pleegouders en er is sprake van constructief overleg en een goede samenwerking. Ook verleent de moeder haar medewerking aan alle maatregelen en beslissingen en handelt zij steeds in het belang van [minderjarige] . De Raad baseert zich bovendien op verouderde informatie; de moeder is al een jaar lang abstinent van alcohol en gebruikt enkel nog pijnmedicatie. Aan deze medicatie is zij niet verslaafd en dit beïnvloedt haar vermogen om het gezag over [minderjarige] uit te oefenen niet. Het is evenmin in het verleden voorgekomen dat de moeder onder invloed van middelen niet bereikbaar was op het moment dat zij een gezagsbeslissing moest nemen. Eventuele wilsonbekwaamheid van de moeder wordt niet onderbouwd. De moeder betwist dan ook dat zij niet in staat is (geweest) om bewuste en doordachte beslissingen over [minderjarige] te nemen. Dat de moeder veel ondersteuning behoeft en daar ook naar vraagt, doet daar niet aan af. Volgens de moeder baseert de Raad het verzoek op een mogelijke toekomstige terugval van de moeder in middelen waardoor zij niet (tijdig) in staat zou zijn om het gezag over [minderjarige] uit te oefenen. Dit is louter preventief en kan zonder onderbouwing niet leiden tot een ingrijpende maatregel als een gezagsbeëidiging. De moeder ziet verder in dat het perspectief van [minderjarige] in het pleeggezin ligt en verleent hier (emotionele) toestemming voor. Het is dus duidelijk voor [minderjarige] dat hij bij de pleegouders zal opgroeien. Het voortzetten van het gezag schaadt [minderjarige] derhalve niet. Het voorgaande maakt ook dat de huidige situatie in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. De moeder staat tevens open voor het verlengen van de kinderbeschermingsmaatregelen. Tot slot merkt de moeder op dat het behoud van het gezag een grote drijfveer voor haar is om beschikbaar te blijven voor [minderjarige] , terwijl het beëindigen van het gezag mogelijk zal leiden tot een verminderde betrokkenheid bij [minderjarige] , minder contact en uiteindelijk een minder goede band, hetgeen niet in het belang van [minderjarige] is.
5.De beoordeling
6.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.