ECLI:NL:RBZWB:2025:8702
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ over weigering Wlz-zorg wegens onvoldoende motivering blijvendheid zorgbehoefte
Eiser, geboren in 2000 en lijdend aan ADHD, autisme en een actief psychotisch toestandsbeeld, vroeg op 3 augustus 2023 bij het CIZ een indicatie aan voor langdurige zorg op grond van de Wlz. Het CIZ wees deze aanvraag op 20 november 2023 af en verklaarde op 20 juni 2024 het bezwaar ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 16 september 2025.
De kern van het geschil is of eiser een blijvende behoefte heeft aan 24-uurszorg in de nabijheid, zoals vereist voor toegang tot Wlz-zorg. Het CIZ baseerde zijn besluit op medische adviezen waarin werd aangenomen dat eiser in een klinische behandelsetting verbleef en dat de blijvendheid van de zorgbehoefte nog niet kon worden vastgesteld vanwege een lopende zorgmachtiging tot oktober 2024.
De rechtbank constateert dat het CIZ ten onrechte uitging van een klinische behandeling terwijl de behandeling ambulant plaatsvindt. Bovendien is onvoldoende onderzocht en gemotiveerd of eiser daadwerkelijk behoefte heeft aan 24-uurszorg, een noodzakelijke eerste stap voordat de blijvendheid kan worden vastgesteld. De motivering is onvoldoende concreet en het besluit niet zorgvuldig voorbereid.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en geeft het CIZ acht weken de tijd om het gebrek te herstellen. Verdere beslissingen worden aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het besluit van het CIZ wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het CIZ krijgt de gelegenheid het gebrek te herstellen.