Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] V.O.F., uit [plaats] , eiseres
woongoed Zeeuws-Vlaanderente Terneuzen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van eiseres tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen had verleend voor de bouw van 29 woningen. In een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name ten aanzien van de mogelijke beperking van de bedrijfsvoering van eiseres.
Het college heeft vervolgens een nieuw besluit genomen waarin het eerdere besluit werd ingetrokken en de vergunning opnieuw werd verleend met een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad. De rechtbank oordeelde dat hiermee de gebreken waren hersteld en dat eiseres niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Omdat het beroep voortvloeide uit een tussenuitspraak, werd het college opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden en tevens een proceskostenvergoeding toegekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door rechter T. Peters en griffier T.A.A. van Hooijdonk op 12 december 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.