Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
rypto rekening en voertuigen op naam
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser diende op 25 december 2024 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, die door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg op 10 februari 2025 werd afgewezen. Het bezwaar van eiser werd eveneens ongegrond verklaard op 28 mei 2025. De procedure richt zich op de periode tussen de eerste aanvraag en de latere toekenning van bijstand per 18 september 2025.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende informatie heeft verstrekt over zijn financiële situatie. Zo zijn bankafschriften onduidelijk, met overschrijvingen zonder heldere omschrijving en zonder bewijs dat het om leningen voor levensonderhoud gaat. Eiser kon ook geen bewijsstukken van zijn cryptorekening overleggen en gaf geen duidelijke verklaring over de voertuigen die nog op zijn naam staan ondanks beslag.
Eiser voerde aan dat hij de leningsovereenkomsten met een derde had overgelegd en dat hij contant geld opnam voor levensonderhoud, maar de rechtbank vond dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat de leningen bedoeld waren voor levensonderhoud en dat hij onvoldoende onderscheid maakte tussen privé en zakelijke uitgaven. Het college had eiser voldoende gelegenheid gegeven om zijn situatie toe te lichten, maar de onduidelijkheid bleef bestaan.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van de aanvraag. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J. van Alphen op 15 december 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van bijstandbehoevendheid.