Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van haar ex-werknemer op grond van de WIA.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 16 oktober 2025 in gebreke heeft gesteld. Omdat het UWV nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Het UWV had verzocht om een langere beslistermijn van 40 weken vanwege een tekort aan verzekeringsartsen, maar de rechtbank acht vier maanden redelijk om zowel zorgvuldigheid als het belang van tijdige besluitvorming te waarborgen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV te laat is, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.