Eiseres heeft beroep ingesteld omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de beslissing van 26 maart 2024 over haar WIA-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 15 oktober 2024 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV heeft aangegeven dat het door een structureel tekort aan verzekeringsartsen niet in staat is binnen de standaardtermijn te beslissen en verzocht om een termijn van 30 weken. De rechtbank oordeelt echter dat een termijn van vier maanden redelijk is, zodat het UWV binnen die termijn een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet het UWV ook het griffierecht en proceskosten van €453,50 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 22 december 2025.