Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen het besluit van 10 juni 2024 waarin haar WIA-uitkering werd stopgezet. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres het UWV op 6 januari 2025 in gebreke heeft gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
Het UWV heeft aangegeven dat het door een tekort aan verzekeringsartsen niet binnen de standaardtermijn kan beslissen en verzocht om een termijn van 30 weken. De rechtbank oordeelt dat een langere termijn gerechtvaardigd is vanwege de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging, maar acht vier maanden voldoende en wijst het verzoek van het UWV tot 30 weken af.
De rechtbank legt aan het UWV een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Tevens moet het UWV het griffierecht van €53 aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd. Het UWV moet binnen vier maanden alsnog een besluit nemen.