In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 22 december 2025, wordt het beroep van eiseres beoordeeld, die stelt dat de Dienst Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 8 februari 2024 voor aanvullende compensatie op basis van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat de beslistermijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag op 8 februari 2025 is verstreken. Eiseres heeft de Dienst Toeslagen op 17 februari 2025 in gebreke gesteld, maar er is geen besluit genomen. De rechtbank bepaalt dat de Dienst Toeslagen alsnog binnen twee weken na deze uitspraak een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt ook een vergoeding voor haar proceskosten van € 453,50. De rechtbank benadrukt dat de wettelijke beslistermijn op 8 februari 2025 is verstreken en dat de Dienst Toeslagen uiterlijk op 3 april 2026 een besluit moet nemen. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over hun recht om verzet aan te tekenen tegen deze uitspraak.