Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de beslissing van 24 december 2024 over haar recht op een WIA-uitkering. De rechtbank beoordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en eiseres het UWV op 16 juli 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan nog geen besluit te kunnen nemen vanwege een tekort aan verzekeringsartsen en verzocht om een beslistermijn van 30 weken. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om het bezwaar zorgvuldig te heroverwegen en wijst het verzoek van het UWV om een langere termijn af.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.