Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een herzieningsbesluit op grond van de Ziektewet. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en eiseres het UWV tijdig in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat het door een tekort aan verzekeringsartsen nog geen besluit kon nemen en verzocht om een termijn van 30 weken. De rechtbank vindt een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige heroverweging mogelijk te maken, maar wijst het verzoek van het UWV af om een langere termijn toe te staan.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van in totaal €506,50 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.