Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de toekenning van een WIA-uitkering aan haar voormalige werkneemster. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, aangezien de beslistermijn door het UWV is overschreden en eiseres het UWV op 12 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV heeft aangegeven dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en verzoekt om een beslistermijn van 40 weken. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige heroverweging mogelijk te maken, maar wijst het verzoek tot een langere termijn af.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.