In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 december 2025, wordt het beroep van eiseres beoordeeld, die stelt dat de Dienst Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 22 augustus 2024 voor aanvullende compensatie op basis van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat de beslistermijn van zes maanden is overschreden. Eiseres heeft de ingebrekestelling op 25 september 2025 ingediend, maar verweerder heeft tot op heden geen besluit genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen en legt een dwangsom op van € 100,- per dag voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt de bestuurlijke dwangsom vastgesteld op € 1.442,-, omdat de termijn voor het nemen van een besluit al meer dan 42 dagen is overschreden. Eiseres krijgt ook een vergoeding voor griffierecht en proceskosten, die in totaal € 453,50 bedraagt. De rechtbank concludeert dat verweerder het griffierecht moet vergoeden en de proceskosten aan eiseres moet betalen.