ECLI:NL:RBZWB:2025:9224

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
BRE 25/1093
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering door UWV wegens arbeidsvermogen

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 december 2025, wordt de afwijzing van de aanvraag om een Wajong-uitkering door het UWV beoordeeld. Eiser, geboren in 1990, had op 23 augustus 2023 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, maar het UWV weigerde deze op 20 december 2023, met de motivering dat eiser arbeidsvermogen heeft en er binnen de vijfjaar-periode geen duurzaam arbeidsverlies is opgetreden. Eiser is het niet eens met deze beslissing en heeft beroep ingesteld.

De rechtbank heeft op 17 november 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser arbeidsvermogen heeft. De verzekeringsarts heeft vastgesteld dat eiser, ondanks zijn psychische klachten, in staat is om te werken en dat er geen sprake is van duurzaam verlies van arbeidsvermogen in de relevante periode van 11 december 2012 tot en met 11 december 2017. Eiser heeft zijn aanvraag te laat ingediend, waardoor het UWV ook moest onderzoeken of hij binnen de vijf jaar na zijn eerste ziektedag jonggehandicapt is geworden.

De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering, omdat hij over basale werknemersvaardigheden beschikt en in staat is om een taak uit te voeren. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de Wajong-aanvraag door het UWV in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1093 Wajong

uitspraak van 23 december 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. F.E.R.M. Verhagen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda ), verweerder.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de aanvraag om een Wajong-uitkering heeft afgewezen, omdat eiser arbeidsvermogen heeft en binnen de vijfjaar-periode geen duurzaam arbeidsverlies is opgetreden. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2.
Onder 2 staan de feiten en omstandigheden die van belang zijn. Onder 3 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 4 en 5 staan het wettelijk kader en de grondslag van het bestreden besluit. Onder 6 en 7 volgt een weergave van het medisch en arbeidskundig onderzoek. Onder 8 en 9 staan de standpunten van eiser en het UWV. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 10. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: heeft eiser arbeidsvermogen en zo niet, is het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Feiten en omstandigheden

2. Eiser, geboren op [geboortedag] 1990 (18 jaar in 2008), heeft op 23 augustus 2023 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering.
2.1.
Met het besluit van 20 december 2023 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd om een Wajong-uitkering toe te kennen. Aan eiser is meegedeeld dat hij geen arbeidsvermogen heeft, maar dat het UWV verwacht dat hij in de toekomst mogelijk wel arbeidsvermogen kan ontwikkelen.
2.2.
Met de beslissing op bezwaar van 13 januari 2025 (bestreden besluit) is het UWV bij dat besluit tot weigering een Wajong-uitkering toe te kennen gebleven onder wijziging van de motivering. Aan het bestreden besluit is ten grondslag gelegd dat eiser arbeidsvermogen heeft en dat binnen de vijfjaar-periode geen duurzaam arbeidsverlies is opgetreden.

Procesverloop

3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3.1.
Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.
3.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, vergezeld door zijn partner, en bijgestaan door zijn gemachtigde en mr. M.B.A. van Grinsven als gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Grondslag van het bestreden besluit
5. Aan het bestreden besluit ligt een medisch en een arbeidskundig onderzoek ten grondslag.
Medisch onderzoek
6. De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat eiser bekend is met een langjarig bezwaar op geestelijk vlak met wisseling in stemmingen, dat hem fors hindert in de stabiliteit in het functioneren. Vanwege benodigde interventie en ondersteuning is sprake van een zeer beperkte belastbaarheid of beschikbaarheid. Dit zou kunnen maken dat bij eiser op het moment van rapporteren (18 december 2023) en rond zijn 18e levensjaar geen sprake is van arbeidsvermogen. Uit de informatie van de behandelende sector blijkt echter dat nog behandelmogelijkheden worden voorgesteld, waardoor niet uit te sluiten is dat eiser nog arbeidsvermogen kan ontwikkelen.
6.1.
De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat geen medische informatie is aangeleverd waaruit blijkt dat sprake was van ziekte en/of gebrek rondom eisers 18e jaar. Eiser heeft gestudeerd van september 2008 tot 19 januari 2017. Op basis van de aanmelding bij het psychomedisch centrum wordt de eerste ziektedag arbitrair vastgesteld op 11 december 2012 en loopt de te beoordelen periode van die datum tot en met 11 december 2017. De exacte belastbaarheid van eiser in deze periode is op basis van de beschikbare informatie niet vast te stellen. Aannemelijk is dat bij eiser rekening moet worden gehouden met stresserende omstandigheden (omgaan met stress en mentale eisen, eigen gevoelens uiten, overwerk en nachtdiensten). Verdere beperkingen kunnen uit de medische informatie niet worden opgemaakt. Volgens de verzekeringsarts b&b heeft eiser, gezien zijn opleidingsniveau, voldoende cognitief vermogen om een uur aaneengesloten te kunnen werken. Getoetst aan de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid kan eiser ten minste 4 uur per dag werken. Er is namelijk geen sprake van een urenbeperking vanwege verminderde beschikbaarheid of op een energetische of preventieve grond. Mogelijk had eiser in 2016 tijdelijk geen arbeidsvermogen vanwege het doormaken van een eenmalige psychotische stoornis zonder opname, die waarschijnlijk drugs geïnduceerd was. Van duurzaam geen arbeidsvermogen is geen sprake omdat eiser in 2017 de behandeling heeft afgesloten, zijn Hbo-diploma heeft behaald en kortdurend arbeid heeft verricht. Andere psychische aandoeningen die na de studie zijn vastgesteld, vallen buiten de periode van toetsing. De verzekeringsarts b&b concludeert dat eiser arbeidsvermogen heeft. Ondanks verschillende aanmeldingen bij behandelaars, blijkt uit de medische stukken niet dat sprake is van een wijziging van de medische situatie met duurzaam verlies van arbeidsvermogen in de te beoordelen vijfjaar-periode, van 11 december 2012 tot en met 11 december 2017.
Arbeidskundig onderzoek
7. De arbeidsdeskundige b&b heeft gerapporteerd dat eiser over basale werknemersvaardigheden beschikt, omdat hij instructies kan begrijpen, onthouden en uitvoeren en in staat is tot het nakomen van afspraken met een werkgever. Dit blijkt ook uit het behalen van zijn Hbo-diploma. Daarnaast kan eiser de taak ‘behandelen post’ uitvoeren. Deze taak is passend, omdat de taak aansluit bij de beperkingen in activiteiten van eiser en zijn opleidingsniveau. Overigens zal eiser ook in staat zijn in ten minste twee uur het wettelijk minimumloon te verdienen. Eiser beschikt volgens de arbeidsdeskundige b&b over arbeidsvermogen.
Standpunt eiser
8. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat hij blijvend geen arbeidsvermogen heeft. Hij stelt dat de medische beoordeling inconsistent is, omdat de primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts b&b tegenovergestelde conclusies trekken. Daarnaast hebben de verzekeringsartsen eisers beperkingen als gevolg van psychische problematiek onderschat en is ten onrechte geen urenbeperking op energetische gronden aangenomen. Ook staat volgens eiser vast dat zijn beperkingen duurzaam zijn.
Standpunt UWV
9.Het UWV is van mening dat eisers stelling, dat zijn medische beperkingen onjuist zijn vastgesteld, niet met (nieuwe) medische gegevens is onderbouwd. Daarom blijft het UWV bij het in de beslissing op bezwaar ingenomen standpunt.
Overwegingen rechtbank
10. De rechtbank overweegt dat de verzekeringsarts b&b de eerste ziektedag arbitrair heeft vastgesteld op 11 december 2012, tijdens zijn studie. Eiser wijst daartegenover op zijn langdurige, belemmerende psychische problematiek, die zijn oorsprong vindt in zijn jeugd. Partijen benoemen beiden de verwijzing naar de GGz in 2012 als medisch vaststaand gegeven. De rechtbank gaat daarom voor de te beoordelen datum in geding uit van 11 december 2012.
10.1.
Omdat eiser zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering geruime tijd na zijn 18e verjaardag heeft ingediend, is sprake van een laattijdige aanvraag. In dat geval moet het UWV ook onderzoeken of eiser binnen (de reeds verstreken periode van) vijf jaar na zijn eerste ziektedag tijdens studie alsnog jonggehandicapte is geworden. [1] Volgens vaste rechtspraak draagt de aanvrager in geval van een laattijdige aanvraag de bewijslast om met objectieve medische gegevens aannemelijk te maken dat hij op zijn eerste ziektedag tijdens studie en vijf jaar daarna voldeed aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen. [2]
10.2.
Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft.
Het UWV moet daarom eerst beoordelen of eiser voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
- eiser kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
- eiser beschikt niet over basale werknemersvaardigheden
- eiser kan niet een uur aangesloten werken
- eiser is niet tenminste vier uur per dag belastbaar (dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen).
Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het UWV dan beoordelen of deze situatie duurzaam is.
Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.
Het onderzoek
10.3.
Eiser voert aan dat de medische beoordeling inconsistent is, omdat de primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts b&b tegenovergestelde conclusies trekken. De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts ingaat op de voor eiser benodigde interventie en ondersteuning, die zou kunnen maken dat bij hem op het moment van rapporteren (december 2023) en rond zijn 18e levensjaar geen sprake was van arbeidsvermogen. De verzekeringsarts b&b daarentegen gaat uit van de eerste ziektedag op 11 december 2012 en daarmee van een andere beoordelingsdatum. Op basis van de medische stukken in het dossier beschikte eiser volgens de verzekeringsarts b&b op die (andere) beoordelingsdatum wel over arbeidsvermogen. Gezien de verschillende beoordelingsdata is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van inconsistentie van de medische beoordeling.
Is eiser vier uur per dag belastbaar en kan hij een uur aaneengesloten werken?
10.4.
De door eiser in bezwaar overgelegde (medische) informatie geeft de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de bevindingen van de verzekeringsarts b&b. Eiser lijdt aan psychische klachten. Volgens vaste rechtspraak is echter de subjectieve beleving en ervaring van klachten niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin bij eiser zijn vast te stellen. Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn van belang. Uit de medische informatie in het dossier blijkt dat eiser op de datum in geding (11 december 2012) psychische klachten had, maar niet dat sprake was van een ernstige psychische stoornis waarvoor meer beperkingen moeten worden aangenomen. Eiser heeft in beroep geen medische stukken ingebracht, waaruit de door hem geclaimde, ernstigere klachten en beperkingen op de datum in geding blijken, op de wijze zoals hij die ervaart. De enkele stelling van eiser dat sprake is van meer beperkingen dan door de verzekeringsarts b&b is aangenomen, is daartoe onvoldoende.
Uit de aanwezige stukken blijkt evenmin dat sprake is van een energetische stoornis met als gevolg daarvan een energietekort, te groot energieverbruik dan wel verminderde recuperatiemogelijkheden, op grond waarvan een urenbeperking (van meer dan 4 uur per dag) moet worden aangenomen.
Kijkend naar de vijfjaar-periode van 11 december 2012 tot en met 11 december 2017 (eerste ziektedag en 5 jaar daarna) geldt het volgende. Op basis van de medische gegevens in het dossier kan niet worden vastgesteld dat in de genoemde periode al sprake is geweest van een andere (ernstigere) medisch geobjectiveerde ziekte of energiestoornis, die tot meer beperkingen heeft geleid, dan is aangenomen door de verzekeringsarts b&b. Begin 2018 (kort na de vijfjaarstermijn) is eiser via zijn huisarts naar FACT zorg doorverwezen vanwege negatieve gevoelens en stemmingswisselingen. Na psychologisch onderzoek is daar de diagnose andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis, opgebouwd uit dwangmatige, schizotypische, paranoïde en borderline persoonlijkheidstrekken, vastgesteld (DSM- classificatie van 30 april 2021). Uit deze vastgestelde diagnose zou kunnen worden opgemaakt dat eiser ook al in de te beoordelen periode klachten en beperkingen hiervan moet hebben gehad. Daar staat echter tegenover dat uit de stukken kan worden opgemaakt dat eiser gedurende de vijfjaarstermijn zijn Hbo-studie heeft gedaan. Hij heeft weliswaar langer over deze studie gedaan, maar is ondanks zijn psychische klachten wel blijven studeren, heeft stage gelopen en heeft in januari 2017 zijn Hbo-diploma behaald. Daaruit volgt dat hij in staat was aan de opleidingseisen te voldoen. Daarnaast blijkt uit het overzicht werkervaring van de arbeidsdeskundige dat eiser in dezelfde periode van zijn studie (kortdurende) werkverbanden heeft gehad. Begin 2017 is ook de behandeling voor zijn psychische klachten gestopt.
Al het voornoemde in samenhang bezien, acht de rechtbank de bevindingen van de verzekeringsarts b&b navolgbaar, dat eiser op 11 december 2012 én in de periode van 11 december 2012 tot en met 11 december 2017 met zijn beperkingen een uur aaneengesloten kan werken en vier uur per dag belastbaar is. Eiser heeft de door hem gestelde aanvullende beperkingen en urenbeperking niet geconcretiseerd en ook niet met medische stukken geobjectiveerd.
De stukken die zien op eisers medische situatie van na 11 december 2017 en de daarin genoemde diagnoses (waaronder de in 2023 vastgestelde oogaandoening), beperkingen en behandelingen blijven buiten beschouwing, omdat deze informatie niet ziet op de te beoordelen periode van 11 december 2012 tot en met 11 december 2017.
Beschikt eiser over basale werknemersvaardigheden en kan hij een taak verrichten?
10.5.
Eiser heeft niet betwist dat hij over basale werknemersvaardigheden beschikt. Hij heeft ter zitting aangevoerd dat hij de door de arbeidsdeskundige geselecteerde taak ‘behandelen post’ niet kan uitvoeren, omdat hij geen kleine lettertjes kan lezen vanwege een oogaandoening.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde taak. De brief van 9 augustus 2023 van [oogarts] , waarin een oogaandoening is beschreven, ziet namelijk niet op eisers medische situatie in de periode van 11 december 2012 tot en met 11 december 2017 en blijft daarom (zoals hiervoor vermeld) buiten beschouwing. Eiser heeft geen stukken ingebracht waaruit blijkt dat eiser in de genoemde periode al een oogaandoening had. Zijn standpunt dat hij niet in staat is de taak te verrichten, kan daarom niet worden gevolgd.
10.6.
Uit het voorgaande volgt dat eiser op 11 december 2012 over arbeidsvermogen beschikte en dit niet om medische redenen is verloren binnen de vijfjaar-periode na voornoemde datum. Aan de beroepsgrond van eiser over duurzaamheid van zijn beperkingen komt de rechtbank daarom niet toe. Het UWV wordt gevolgd in het standpunt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en er voor eiser niets verandert.
11.1.
Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiser geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 23 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage wettelijk kader

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
Artikel 1a:1, eerste lid
Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:
op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.
Artikel 1a:1, tweede lid
De ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, wordt alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b.
Artikel 1a:1, zesde lid
De beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek.
Artikel 1a:1, achtste lid
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld. Bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit).
Schattingsbesluit
Artikel 1a, eerste lid
Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Artikel 1a, tweede lid
Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.