ECLI:NL:CRVB:2020:578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op achttiende jaar
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege psychoses en verslaving, maar het UWV wees de aanvraag af op grond van arbeidsvermogen op zijn achttiende jaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat beperkingen pas na het achttiende jaar ontstonden en appellant wel degelijk in staat was te werken met begeleiding.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV niet alle relevante stukken had ingebracht en dat hij ook rond zijn achttiende jaar wisselend belastbaar was. De Raad oordeelde dat de bewijslast bij appellant ligt en dat hij zijn stellingen onvoldoende onderbouwde.
De Raad bevestigde dat appellant op zijn achttiende jaar lichte mentale achterstand had, maar dat ernstige psychische klachten en verslaving later zijn ontstaan en een andere oorzaak hebben. De schendingen in de voorbereiding van het besluit werden gepasseerd omdat het niet tot benadeling leidde.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De aanvraag Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat appellant op zijn achttiende jaar arbeidsvermogen had en niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt.