ECLI:NL:RBZWB:2025:9320
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en onduidelijkheid over ziekte of gebrek op 18e verjaardag
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 30 december 2025, wordt de weigering van een Wajong-uitkering aan eiser beoordeeld. Eiser, geboren in 1965, had op 24 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV op 21 februari 2023 werd afgewezen. Het UWV stelde dat er op de datum van de aanvraag geen arbeidsvermogen aanwezig was als gevolg van ziekte of gebrek, en dat het niet mogelijk was om te beoordelen of dit ook gold op zijn 18e verjaardag door het ontbreken van relevante gegevens. Eiser was het niet eens met deze afwijzing en voerde verschillende beroepsgronden aan. De rechtbank concludeert dat het UWV op goede gronden de aanvraag heeft afgewezen. De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoende objectieve medische gegevens heeft overgelegd die aantonen dat hij op zijn 18e verjaardag voldeed aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering. De rechtbank volgt de bestendige lijn in de rechtspraak dat bij een laattijdige aanvraag de bewijslast bij de aanvrager ligt. Eiser heeft niet kunnen aantonen dat er op zijn 18e verjaardag sprake was van ziekte of gebrek, en de rechtbank ziet geen aanleiding om het UWV te weerleggen. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, wat betekent dat hij geen recht heeft op een Wajong-uitkering.