ECLI:NL:RBZWB:2025:9320
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs ziekte of gebrek op 18e verjaardag
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd geweigerd wegens onvoldoende bewijs dat hij op zijn 18e verjaardag duurzaam arbeidsongeschikt was. De verzekeringsartsen stelden vast dat er wel sprake is van beperkingen en psychische problematiek in recente jaren, maar dat er geen objectieve medische gegevens beschikbaar zijn over de situatie op de 18e verjaardag van eiser.
Eiser voerde aan dat zijn langdurige traumatische jeugd en de daaruit voortvloeiende psychische klachten al op jonge leeftijd tot beperkingen leidden, en dat het ontbreken van medische gegevens te wijten is aan zijn wantrouwen jegens instanties en het feit dat hij geen hulp zocht. Hij stelde dat het UWV zijn aanvraag ook aan de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) had moeten toetsen, maar liet deze grond later vallen.
De rechtbank oordeelde dat bij een laattijdige aanvraag de bewijslast bij de aanvrager ligt om met objectieve medische gegevens aan te tonen dat hij op zijn 18e verjaardag aan de voorwaarden voldeed. De rechtbank volgde de vaste rechtspraak en vond dat het UWV terecht de aanvraag heeft afgewezen vanwege het ontbreken van dergelijke gegevens. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser heeft geen recht op vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af wegens onvoldoende objectief bewijs van ziekte of gebrek op de 18e verjaardag.